Qussa

Stories from Afar & Up Close

Filtering by Category: Typical---

Miss-call me

Press-agency Reuters classified it as an ‘Oddly Enough’ news story: the phenomenon of calling someone and hanging up before the call has been answered, in order to save on phone-credit or units (belminuten). It is a practice widespread in Africa, from ‘Cape Town to Cairo’ according to Reuters, and, I would say, further up north – all the way to Lebanon. In Lebanon, ‘miss-calling’ is a verb. A miss-call can literally mean anything, its message depends entirely on what is common among friends, or what is previously agreed verbally or by sms:

‘I will miss-call you when I leave the house.’ ‘Miss-call me when you’re done with work so I can pick you up.’ ‘I will miss-call you when I am 2 blocks away from your house, so be ready to come down because I can’t park in your street.’ “I miss-called you, why didn’t you call me back?”

Calling and hanging up before you before you’ve even had a chance to say hello (the trick is to not establish a connection) is not because Lebanese people don’t like talking. They do. They just don’t like to pay for it, and especially not the exorbitant amounts of money that the local phone-companies charge. If you have a cellphone, you have two options: MTC touch or Alfa. There is hardly any difference between the two, other than that one of the companies is owned by the brother of the minister of telecommunications, and the other is not. They both cost the owner of the phone-number about $50 per month, which let’s you send ±180 messages OR let’s you make 22 calls of 2 minutes. Not a very good deal. Hence the miss-calling.

As the Reuters’ article says: there are certain unwritten rules to follow when miss-calling. It is accepted to miss-call your friends of a similar social class only when you know they are at home and their parents pay the bill of the landline. Otherwise, don’t miss-call your friends and expect them to call you back – unless they are seriously rich, in which case you can leave it up to them: some of my better-off friends who know I don’t have a job right now will not pick up the phone when I call them, but will call me back a minute later, pretending they were busy. Other than that, It’s not ok to miss-call someone you want to ask for a favor – but it is fine to miss-call the pizza place and have them call you back to take your order.

All in all, one has to admit miss-calling is quite an effective method of (tele)communication. Consider the following sms:

‘Want to go see a movie tonight? Pick you up at 8pm. 1 missed-call = yes, 2 missed-calls = no.’

One unit spent, and the evening is arranged.

You know things are going wrong...

Armored car … when you find this advertisement in a magazine called ‘Lebanon Opportunities’. “Blindcorp’s offroad vehicles are designed to withstand the most difficult rough terrains in the world. Maximum armor protection system is provided to meet the unpredictable as well as the anticipated threat, without impeding the vehicle’s performance capabilities.

Blindcorp’s Armored SUV… The Trusted Bodyguard.”

Even though Blindcorp’s vehicles probably won’t protect you from the ‘anticipated’ threat of car-bombs (favorite way of assassinating people here), the advertisement is clear in its assessment of the needs of the Lebanese market. “… it was only recently that Elie Soueidan (…) decided to branch out into armored car business. Defending a passenger from bullets is, after all, a very different exercise from leasing luxury vehicles. But clients kept asking for the service …”

Other countries Blindcorp serves? “Iraq, Afghanistan, and African countries.” Also: Columbia and Venezuela, amongst others.

And what do you know? Sietske recently found a similar ad.

Een ongeluk komt nooit alleen...

Ik was natuurlijk niet zomaar zonder te kijken uit de auto gestapt, op die avond dat de spijker me een Jezus-formaat gat in mijn voet bezorgde. Het was donker, het was voor het eerst deze zomer gaan regenen, en onze auto was naar de kant van de weg geschoven door de Daewoo die onze achterbak ingereden was. De klap was behoorlijk geweest, en mijn eerste reactie was daarom ‘hee, waarom giet ik het water dat ik aan het drinken ben over het dashboard in plaats van in mijn mond?’ en de tweede ‘shit, wat was dat, leeft iedereen nog?’, meer dan ‘ligt er misschien een stuk hout-met-roestige-spijker tekenfilmachtig te wezen in deze berm?’. In Libanon gebeuren naar schatting zo’n 500 dodelijke verkeersongelukken per jaar (2004, AUB bulletin), tegenover zo’n 800 in Nederland (2006, CBS) – maar dat met een bevolking van 4 miljoen tegenover 16 miljoen in Nederland. Het verbaast me eerlijk gezegd dat het er niet meer zijn, gezien de ‘verkeersregels’ hier. Ik heb hier meer auto’s op de kop en/of dubbelgevouwen op en naast de weg zien liggen dan ik op één hand kant tellen (dat betekent dat ik, persoonlijk, getuige ben van op zijn minst 1 grootschalig auto-ongeluk per 2 maanden. Kun je je dat voorstellen? Sietske heeft een mooi plaatje van hoe dat er uit kan zien als het nog redelijk goed afloopt).

Maargoed, terug naar de donkere weg net buiten Siddiqine, een dorpje vlakbij Sour, in Zuid-Libanon. De spijker eenmaal uit de voet getrokken renden we naar de auto die van achteren op ons geklapt was. Het bleken drie dames uit het dorp, alledrie zonder rijbewijs, in een huurauto, onderweg terug van een bruiloft. Afgezien van de schok was er ook met hen niet veel aan de hand, behalve het verlies van de voorkant van de auto – inclusief essentiële onderdelen als de motor, die er een beetje belabberd bij hing te bungelen. Het duurde niet lang of het nieuws had zich gemeld in het dorp, en de eerste hangjongeren op scooters kwamen langs om het evenement van dichtbij te bekijken. Alle chauffeurs van langsrijdende auto’s stopten om uitgebreid commentaar te leveren op de schade. Al gauw stonden er 12 mannen aan de auto’s te duwen en trekken, schuldigen aan te wijzen en het ongeluk te beschrijven – de 5 betrokken dames waren gemakshalve in de berm geschoven, naar hun mening werd niet gevraagd – en de gevolgen te voorspellen. In eerste instantie waren ze met zijn allen tegen Walid – zo’n jongeman uit Beirut, het moest wel zijn schuld zijn. Verlossing kwam met de vraag ‘waar kom je vandaan?’ (wat hier zoveel betekent als: wat is je familie/religie/politieke voorkeur?) en hij antwoordde dat zijn opa meneer J. uit Nabatiyeh (een overwegend Shi’a-stadje in Zuid-Libanon) is. Ineens werden er handen geschud, schouders beklopt en was het enige probleem de inmiddels gearriveerde verzekeringsexperts ervan te overtuigen dat het de echtgenoot van de bestuurster was geweest die op het moment van het ongeluk achter het stuur had gezeten – dit terwijl de goede man, in alle haast opgebeld, met zijn zoontje in pyjama kwam aanscheuren op het moment dat de experts al lang en breed de schade aan het fotograferen waren.

Uiteindelijk bleek het allemaal niet zoveel uit te maken wie schuld had en wie niet: in Libanon is de verzekeringspremie onafhankelijk van het aantal ongelukken dat je maakt. Zou misschien geen slecht idee zijn hier de no-claim korting in te voeren...

(PS: Vanaf nu ga ik merendeels in het Engels verder, aangezien Walid naar Nederland terug is en hij ook graag wil meelezen met de roddel en achterklap uit zijn vaderland.)

Een beter milieu...

Hij zat in het midden van de minibus - verweerd gezicht, donker haar en knokige handen – tussen twee sigaretten-rokende medepassagiers. Ik zat achterin, naast het open raam, en we waren onderweg naar Baalbeck, zo’n twee uur rijden van Beirut. We manoevreerden nog door de volle straten van één van Beirut’s drukste wijken toen hij met een smakkend geluid de laatste druppels uit een blikje Sprite in zijn keelgat liet verdwijnen, het blikje naar achteren doorgaf en mij gebaarde het naar goed Libanees gebruik uit het raam te gooien. Ik pakte het aan en klemde het in een houdertje naast me, om het later in een vuilnisbak te kunnen gooien.

“Nee!” zei hij vriendelijk, en gebaarde nogmaals “uit het raam ermee!” Ik probeerde beleefd en in mijn beste Arabisch uit te leggen dat ik het niet erg vond om het blikje even vast te houden tot ik het op de daarvoor bestemde plek kwijt zou kunnen, zelfs als dat pas in Baalbeck zou zijn: “Nee, afval op straat niet goed. Ik hou het. Geen probleem!” Hij schudde zijn hoofd. “Waarom?! Gooi maar uit het raam! Geen probleem!” “Nee, niet goed, vies.” “Gooi maar! Geen probleem!” “Nee, maakt niet uit, ik hou het wel.” “Gooi maar! Yalla!” “Nee, niet goed.” “Geen probleem! Hier in de stad hebben we Sukleen, die moeten ook werken! Het is beter om dat ding uit het raam te gooien, dan hebben zij ook nog wat te doen!”

Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen – het blikje bleef naast me in de houder geklemd. Onderweg keek hij nog een paar keer om, bevreemd door dit koppige wezen dat maar niet wilde begrijpen hoe de dingen hier gaan. Hij was helaas allang uitgestapt toen we uiteindelijk langs een grote vuilnisbak reden waar ik, onder toeziend oog van de rokende medepassagiers die een grinnik niet konden onderdrukken, het gewraakte blikje met een boogje in kon gooien.