Qussa

Stories from Afar & Up Close

Filtering by Category: Tourism

Souvenirs

In Paris it’s a miniature Eiffel Tower, in New York City a small version of the Statue of Liberty, and I don’t doubt one can find a tiny Big Ben on a keychain in London, or a little red double-decker bus. After all, it’s nice to bring something home that is ‘typical’ for the location, a little symbol to remind the traveler of the country that s/he just visited. In Lebanon, one can find plenty of Phoenician figurines to take home as a souvenir, or pictures of the Pigeon Rocks and the Temple of Baalbeck. Of course that is how the Ministry of Tourism would like everyone to think of Lebanon, but is that what people will remember most? Most people I know who come to Lebanon are more obsessed or amazed with the chaotic and almost incomprehensible politics than the country’s ancient history, and are far more interested in Hezbollah than in an extinct people who may or may not have invented the alphabet.

Now, a tourist can find paraphernalia of the different political parties by going to the area where most supporters live, and buy a lighter which lights up with the face of Nabih Berri, a sticker of a rosary in the form of Lebanon, a keychain with Hassan Nasrallah or a Holy Card with Geagea on it, just to name a few. Or, one can do the political shopping all at once in the Chinese dollar-store on the Corniche, and get a mug of each one of them:

mokken-3a mokken-3b

This guy has everyone! Nabih Berri, Rafiq Hariri, Hassan Nasrallah, Amine Gemayel, Saad Hariri, Walid Jumblatt, Samir Geagea, and Michel Aoun (not in the picture). No mug of the president though...

mokken-hassan-samir

Wonder what the last time was they had a cuppa together...

So there you have it, souvenirs to remind you of the ‘real’ Lebanon… unless what you remember is slightly more violent, in which case a small souvenir-shop in Jezzine might just have the souvenir you are looking for: pistool2

A penholder with a Phoenician ship next to it? A beer bottle opener with the Lebanese flag? Or something slightly bigger? Apparently not every souvenir needs a cedar on it to be a good reminder of Lebanon...

Lebanese lies

One of the most annoying things of living in Lebanon as a foreigner is that when you meet people for the first time, they will either try to convince you that you are crazy for wanting to live here, of they will try to ‘sell’ their country to you (neither of which has worked with me, just yet). Being crazy refers to the fact that, according to many Lebanese people, living here means you have to put up with Lebanese people, which can be a bit of a challenge. It also means you can be hit by a car at any moment or die because a passing politician is blown up right next to you. Those who try the positive approach usually come up with lame stereotypes such as ‘It’s a great place to live because we all speak 3 languages; English, French and Arabic. For example, we say ‘hi, kifak, ça va?’ To be honest, in more than 12 months in Lebanon, I’ve heard this phrase exactly once. Other than that, mixing words from 3 languages doesn’t mean you speak 3 languages, as far as I know – unless we would consider Dutch people tri-lingual because they use words like ‘shit’, ‘sorry’, and ‘überhaupt’ in their everyday speech. But I digress.

The other thing people like to boast about is the fact that one can ‘ski in the mountains and swim in the sea’ in the same day. Again, I have only heard once of people who did this (and they only did it to prove this claim is true). Usually, it is either too cold to swim, or there is not enough snow to ski. Yesterday it may have been possible though – judging from Sietske’s pictures, the weather was quite warm in Beirut, whereas we were up in the Cedars (around 2000m. above sea level), and this was our view:

Snow in the Cedars

For me, the temperatures up there felt like practicing for tomorrow: return to The Netherlands, for a few weeks. What's left for me now is to wish everyone Adha Karim, Merry Christmas, and a wonderful 2008. Until then!

Mannetjes (het busstation in Syrië)

Busstation in DamascusMannetjes op het busstation Het Midden Oosten is niet echt een populaire vakantiebestemming dit jaar. Dubai mag dan hot zijn, verder is het meer angstaanjagend dan exotisch met oorlog in Irak, boze aanvalspraat richting Iran, bomaanslagen in Pakistan, bezetting en verzet in Palestina/Israel en dreiging van burgeroorlog (of civil strife – ‘burgerlijke onrust’ zoals ze het hier optimistisch noemen) in Libanon. Op de dappersten (of domsten) na, zijn er dus maar weinig toeristen te bekennen.

Zo ook in Syrië. In het land zelf gebeurt misschien niet zoveel*, maar een reputatie als epicenter van de ‘As van het Kwaad’ is bepaald niet bevorderlijk voor de reizigersstroom. Vandaar dat ik me vanmorgen twee uur lang op het busstation van Damascus moest vermaken tot de taxichauffeur de vereiste 4 medepassagiers had gevonden en we naar Beirut konden racen. Gelukkig is er op een busstation in Syrië altijd wel wat te beleven.

Elke auto die het terrein van de wachtende taxis oprijdt wordt belaagd door zeker 10 hoopvolle taxichauffeurs. ‘Amman?’ ‘Beirut?’ ‘Saida?’ ‘Shtoura?’ Als de beduusde passagier zijn of haar bestemming heeft genoemd, begint het grote gevecht om de bagage. Hoewel er een semi-officiële volgorde is waarin de auto’s opvullen en vertrekken, zijn er toch altijd slimmerds die er met de bagage vandoor gaan en op die manier de passagier proberen te dwingen met hun auto mee te rijden. De chauffeur die als eerste aan de beurt is pikt dat natuurlijk niet, rent erachter aan, ontfutselt de passagier’s reisdocument en krijgt derhalve zijn rechtmatige reiziger onder zijn hoede. De hele meute rondhangende mannen die op het opstootje afkomen als vliegen op stroop voorzien de weerloze reiziger luidruchtig van advies en maken zo de chaos compleet.

Er zijn maar weinig vrouwen op het busstation. Er zijn taxichauffeurs, politieagenten, mannetjes die tafelkleedjes en tweedehands schoenen verkopen, mannetjes die de volgorde van de wachtende wagens in de gaten houden (meestal met een stok in de hand om opstandige chauffeurs op de vingers te tikken), overheidsbeambten die de uitrij-belasting registreren en innen, en mannetjes die niks anders te doen hebben dan overal commentaar op leveren. Erg zachtzinnig gaat het er niet aan toe – een vriendschappelijke schouderklop gaat niet zelden over in een schreeuwpartij die soms tot luid gelach, en soms tot rake klappen leidt.

Als de zaken slecht gaan betekent dat weliswaar lange wachttijden op het station, maar de wanhoop van de chauffeur maakt ook dat hij graag je verzoek inwilligt als dat hem een extra passagier oplevert. Zo kwam het dat de vader van mijn mede-reizigster zijn dochter alleen met ons mee wilde stuurde als ze tussen de twee andere dames op de achterbank zou komen te zitten. Nu is het hier gebruikelijk dat de mannelijke passagiers (met z’n tweeën!) op de voorstoel zitten en de vrouwelijke op de achterbank, maar als de mannen in kwestie ieder zo’n 90 kilo lijken te wegen, wordt er wat geschoven in de bezetting zodat de chauffeur in elk geval ruimte heeft zijn stuur te draaien. Niet in dit geval. De vader bleef naast de auto staan tot hij zeker wist dat zijn dochter veilig midden op de achterbank zat. En zo kwam het dat wij alle ruimte hadden, en de mannen voorin met hun zweterige armen strak tegen elkaar aan zaten te schurken.

Mannetjes in de taxi

*(behalve een Israelische aanval op een ‘nucleaire installatie’, naar verluid gebouwd met hulp van Noord Korea, in het noordoosten van het land.)

Vakantie!

De cursus Arabisch is voorbij en het grote banenzoeken is nog niet begonnen, dus ik heb vakantie. Omdat Beirut me zo onderhand de neusgaten uitkomt, werd het tijd voor een uitstapje naar elders. Het zuiden zie ik genoeg (Walid's familie woont verspreid over een flink aantal zuidelijke dorpen en steden), dus het werd een tripje naar het noorden - naar Tripoli, ofwel Trablous zoals de stad hier heet.Tripoli ligt ongeveer 15km van Nahr el Bared, het Palestijnse vluchtelingenkamp waar op dit moment nogsteeds gruwelijk gevochten wordt. Het verbaasde me dan ook niet dat ik direct nadat ik de bus uitstapte werd aangesproken door een aantal taxi-chauffeurs die me naar een huis met uitzicht op het kamp wilden brengen (later hoorde ik dat het vrijwel onmogelijk is om dichtbij het kamp te komen, en dat de meeste journalisten terechtkomen op een plek een paar kilometer van het kamp vandaan - met een heuvel tussen hen en het kamp. Was ik journalist geweest, dan was ik dus ongetwijfeld met een van de taxi's meegegaan). Ik kwam echter voor de overdekte markt en andere toeristische plezierigheden, dus vette pech voor de chauffeurs.

Citadel, Tripoli Citadel, Tripoli Citadel, Tripoli Citadel, Tripoli

En vette pech voor mij. Want ik was zo dom geweest er niet bij stil te staan de vrijdag gebedsdag is. Dat dus de meeste marktkramen om 12 uur sluiten. Dat de mooie moskee natuurlijk niet toegankelijk voor vrouwen is. Dat alle gidsen voor de citadel uit het kruistochten-tijdperk dan liggen te bidden met het hoofd naar Mekka en de billen naar Amerika. Mijn uitstapje bleeft dus beperkt tot het aanhoren van de verschillende 'preken' die uit alle windstreken naar de citadel waaiden, waar ik me vermaakte met het nemen van foto's van de stad van boven.

Tripoli Tripoli Tripoli, vanaf de citadel

Waar ik me nog het meeste over verbaasde, anders dan de verrassende gelijkenis van het oude gedeelte van de stad met Damascus (typisch Oosters in de 1001-nacht-betekenis van het woord), was de enorme hoeveelheid mannen. Werkelijk overal waar ik keek zag ik vrijwel alleen maar mannen! Dat was me zelfs in Syrie nog niet overkomen - de vrouwen daar zijn over het algemeen weinig opvallend en zeker in de minderheid in het openbare leven, maar ze zijn er wel degelijk. Toen ik dit feit voorlegde aan mijn vrienden, later op de avond terug in Beirut, was het gegniffel niet van de lucht. Wat blijkt? Tripoli is de nationale hoofdstad van de herenliefde...

Verzoeknummer

Litani Vallei Omdat Daniël en Stella er zo lief om vroegen... (en omdat ik vandaag op de advertentie-pagina van de Volkskrant helaas moest constateren dat er geen enkele georganiseerde reis naar Libanon meer te vinden is): de mooiste plekjes om te bezoeken en de leukste dingen om te doen als je wél besluit naar dat prachtige land af te reizen! Beaufort - Sh2eef

Allereerst: Beirut • Niet te missen: de Corniche. Ik heb ‘m al eens eerder beschreven, maar deze strook asfalt langs de zee verdient een eervolle vermelding. Er is altijd wat te beleven: overdag kun je er rondslenteren of op de bankjes zitten en je vermaken door onder het genot van een kopje koffie te staren naar de mannen die op de rotsen eronder langs de zee aan het vissen, picknicken, zonnen of duiken zijn. ’s Avonds is het er een drukte van jewelste, dan kun je er een heerlijk bonenprutje bestellen bij een mannetje met een handkarretje of plastic tuinstoelen huren en, verkoeld door een zeebriesje, aan de waterpijp lurken. Even doorlopen tot aan Raouche / de Pigeon Rocks, een paar rotsen in zee waar je onderdoor kan varen (alleen als je een bootje hebt uiteraard).

Beit edDine

• Vlak achter het Luna Park (ook aan de Corniche, met een houten reuzenrad waar volgens de geruchten nog wel eens een bakje uit naar beneden komt vallen) is een verborgen buitenrestaurant. Je kunt er aan zee zitten of onder de klimop/wijnranken die voor schaduw zorgen, en genieten van typisch Libanese gerechten als hummus en tabbouleh die door een zéér vakkundige kok bereid zijn.

Hermel

• Een wandeling door Downtown (in mijn ogen nogsteeds het meest karakterloze gedeelte van de stad) krijgt een waardige afsluiting door een kwartiertje in de luchtballon boven de stad te zweven. Vooral rond zonsondergang wordt de stad ondergedompelt in de meest fascinerende kleuren. Lekker ver kijken!

Hermel

• Een bezoek aan Beirut is niet compleet zonder eens goed uit te gaan, en daar is gelegenheid genoeg voor. In de zomer het liefst naar de ‘rooftop-bars’ als Asia en (nieuw dus nog vol met pretentieus publiek) White. ’s Winters kun je kiezen uit de ietwat relaxtere bars in Gemmayzeh – mijn favorieten zijn Kayan, Toro (als het nog bestaat want geopend op de vooravond van de oorlog) en Club Centrale (vanwege de geweldige architectuur) –, de iets meer up-scale clubs in Rue Monot – Shah vanwege de live-band, Pacifico vanwege de vaardige bartenders –, of de buitenstaander Zinc, bij Sodeco, vanwege de goede dj’s. Berucht is ook B018, een dansclub in een ondergrondse bunker, maar daar hebben de nadelen van drugs en agressiviteit inmiddels de overhand gekregen over het dak dat open kan (! dansen onder de sterrenhemel!).

Buiten de klassieke aanraders als de ruïnes van Baalbeck (zeer indrukwekkend); het Paleis van Beit-edDine (idem); het oude stadje en de opgravingen van Jbeil / Byblos; de ceders in Bcharre of in het Chouf Cedar Reserve; en de Souk van Saida, zijn er nog een paar plekken waarvan ik hoop dat iedereen de gelegenheid krijgt die te bezoeken:

Tempel in Baalbek

• El Khiam Prison. Niet het meest vrolijke uitstapje, maar wel indrukwekkend. Een museum dat gehuisvest was in een voormalige gevangenis waar het Israelische leger en hun handlangers Hezbollah-strijders gevangen hielden sinds hun inval in 1982. Het museum was een doorn in het oog van Israel, en is daarom afgelopen zomer volledig platgebombardeerd. De rest van het dorp wordt inmiddels herbouwd, maar deze plek vormt zo, kapot en wel, een monument waar de vernietiging zichtbaar blijft. Om Khiam te bereiken rijd je bovendien door de Marjayoun Vallei, één van de mooiste valleien van Libanon.

Ceder

• In één moeite door naar Beaufort Castle / Sh’eef, daar vlakbij op de top van een berg. Niet voor de ruïne, maar voor het prachtige uitzicht dat het vervallen fort je biedt.

Jezzine

• Bij de waterval (een lachwekkend stroompje water) in Jezzine kun je wederom genieten van een prachtig uitzicht... en hier wordt de beste honing van het hele land verkocht. Vind ik.

Souq in Saida

• Ook de archeologische opgravingen in Sour / Tyre zijn zeer de moeite waard, evenals een wandeling over het enige schone publieke strand van heel Libanon, waar bovendien het heerlijkste eten geserveerd wordt.

Beaufort - Sh2eef

• Als we het toch over eten en uitzicht hebben... In Shimlan, 25 km. ten oosten van Beirut vind je Al Sakhra (Cliffhouse Restaurant). Zo mogelijk nóg lekkerder eten en met mooi weer kun je Beirut en de zee zien liggen!

Beit edDine

• Ook in Zahle (onderweg van Beirut naar Baalbeck) kun je heerlijk eten, maar dan moet je wel iets verder doorrijden dan het toeristen-gedeelte langs het beekje dat door het stadje heen stroomt. Op de berg erboven vind je veel leukere restaurants... en met een beetje mazzel is er net iemand een feestje aan het vieren en kun je gewoon aanschuiven.

Eddesands in Jbeil

Dat was het, denk ik, hoewel er uiteraard nog veel meer te zien en doen is. In de zomer kun je natuurlijk ook een wandeling maken van Hermèl tot Bcharre, over of langs de twee hoogste toppen van Libanon, daarbij overnachtend in de Al-Jord Ecolodge (met openlucht-douches!), of genieten van de luxe in de strandclubs – La Guava is veruit mijn favoriet – maar dat zal ook afhankelijk zijn van hoe snel de olieresten uit de zee opgeruimd worden en de clusterbommen uit de Beqaa-vallei onschadelijk gemaakt kunnen worden. Hier moet je dus misschien nog even mee wachten...